STRATEGISCH PLAN

Onderstaand wordt op hoofdlijnen uitleg gegeven over het proces van uitvoering m.b.t de ontwikkelde plannen.

INTRODUCTIE

De stichting NFLS maakt gebruik van de historische nalatenschap van de NFLS, en de naamsbekendheid van ‘Het Dokkumer Lokaaltje’ en wendt deze aan in een marketinginstrument van noordoost Friesland. Zij wil met deze tool ondernemerschap en zakelijke dwarsverbanden in de regio tot stand brengen en zo toeristische en economische spin-off stimuleren. De NFLS richt zich daarbij op drie hoofdthema’s, te weten; versterking van toerisme, facilitering van economische spin-off en marketing van de noordoost Friese landstreek als zodanig. Het gebied van het instrument omvat derhalve de vier gemeenten waarin het tracé is gelegen, namelijk; Leeuwarden, Leeuwarderdeel, Ferwerderadeel en Dongeradeel.

EEN SPOORLIJN ALS MAKETINGINSTRUMENT

Om het primaire karakter van de spoorlijn te benadrukken wil de stichting in eerste instantie zoveel mogelijk elementen langs het hele tracé opnieuw aankleden met spoormeubilair, zoals andreaskruisen en hekjes. Aanvullend zullen die delen van het tracé, welke nog herkenbaar - of bijvoorbeeld in gebruik zijn als fiets- en wandelpaden – eveneens worden aangekleed met telegraafmasten, seinpalen en andere spoorwegmaterialen. Naast deze fysieke aankleding in het landschap gebruikt de NFLS ook virtuele (communicatie) middelen zoals Facebook en Twitter, plus diverse websites, folders en een speciale NFLS web-app. Het geheel vormt zo de kapstok waaraan de noordoost Friese landstreek wordt opgehangen.

Afbeelding 1: Web-app Afbeelding 2: screenshot spoortracé

 

BENADERING EN WERKWIJZE ALGEMEEN

Met het marketinginstrument kan de identiteit van de noordoost Friese landstreek in de markt worden gezet en regionaal, landelijk als ook internationaal worden ‘verkocht’ aan het publiek. Om het instrument economisch rendabel te maken zijn een aantal deelprojecten ontwikkeld waarmee een start kan worden gemaakt met het marketingbedrijf, en de verdere fysieke ontwikkeling van het instrument. De belangrijkste activiteit binnen dit raamwerk betreft het spoorfietsen, wat in principe op 3 locaties mogelijk is. Tevens zullen op basis van deze activiteit arrangementen worden aangeboden. Waar mogelijk zal het MVO principe en het WMO loket worden ingepast in de uitvoering van het werk.

Om de tool tot ontwikkeling te brengen heeft de NFLS een business plan en uitvoeringsstrategie ontwikkelt op basis waarvan de historische spoorlijn maximaal tot haar recht kan komen. Het meest basale onderdeel daarin is het opnieuw en zoveel mogelijk zichtbaar maken van oude tracé in het landschap. Hiermee wordt de beleving van het spoor op bijzondere wijze benadrukt en het spoor de facto tot ontwikkeling gebracht. Tevens zullen enkele delen van het tracé opnieuw worden aangelegd met rails t.b.v. het recreatief gebruik van spoorfietsen. Hiervoor zijn drie locaties gescreend. De realisatie van het marketinginstrument als zodanig en het einddoel daarin zijn voorzien empirisch tot stand te worden gebracht. Er zijn voor deze ontwikkelingen dus bewust geen specifieke tijdslijnen uitgezet.

GEMEENTE DONGERADEEL

Dit verslag spitst zich toe op de geplande ontwikkelingen in de gemeente Dongeradeel, en is ondersteunend aan de hier in 2013 ingediende informatieverzoeken. Het verslag geeft verder toelichting op de uitwerking en realisatie van het spoorfietstracé Dokkum – Metslawier, waarvan de reeds gepresenteerde landmark aan de rondweg in Dokkum een onderdeel is. Het is tevens aangewend als leidraad in het ambtelijk overleg van 15 januari, en de voorlichtingsavond van 16 januari 2014 in de IJsherberg te Dokkum. Tevens vormt het een appendix in het business plan.

UITVOERING EN REALISATIE VAN HET PROJECT

Om inzicht te verschaffen in de implementatie van het plan binnen de gemeente grenzen van Dongeradeel worden hieronder de belangrijkste onderdelen van het project op hoofdlijnen uiteen gezet en kort toegelicht. Het voorlopig einddoel daarin betreft de realisatie van een toeristische spoorverbinding tussen Dokkum en Eson-stad, welke is voorzien is drie fasen te worden uitgevoerd. De looptijd van dit proces beslaat tenminste enkele jaren. De eerste fase in dat proces betreft de ontwikkeling van het tracé tussen Dokkum en Metslawier, welke gepland staat dit voorjaar van start te gaan. Hiervoor zijn alle noodzakelijke voorbereidingen getroffen, met uitzondering van een (pacht) overeenkomst met de grondeigenaren. In dit proces worden de volgende aspecten geïdentificeerd:

  • Basis van het marketinginstrument (aankleding spoortrace Holwerd – Anjum)
  • Landmark en spoorfietsen (heraanleg spoortrace Dokkum – Metslawier)
  • Einddoelstellingen (strategische planning en uitvoering)
  • Esonstad en toeristische spoorverbinding (doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen)
  • Toerisme en economische spin-off (facilitering met inzet spoortracé)
  • Financiering (spoorlijn, landmark en station)

BASIS VAN HET MARKETINGINSTRUMENT (aankleding spoortrace Holwerd – Anjum)

Het tracé in de gemeente Dongeradeel loopt vanaf Holwerd via Ternaard, Hantum en Dokkum naar Metslawier, Morra en Anjum. Een belangrijk element van het instrument betreft de beleving van het spoor. Om dat goed tot haar recht te laten komen zullen alle voormalige overwegen in dit deel van het tracé worden aangekleed met andreaskruisen en hekjes. Aanvullend zal waar mogelijk ook ander spoormeubilair worden geplaatst, zoals bijvoorbeeld telegraafmasten, seinpalen en bebording. Op onderstaande foto wordt een impressie getoond van de overweg in de Roptawei bij Metslawier.

   Afbeelding 3: impressie van een heringerichte spoorwegovergang.

 

LANDMARK EN SPOORFIETSEN (heraanleg spoortrace Dokkum – Metslawier)

Naast de herplaatsing van spoorwegmeubilair is een van de eerste grote ontwikkelingen de aanleg van een landmark langs de noordelijke rondweg in Dokkum. Deze locatie aan de rondweg zal tevens plaats bieden aan een unieke kantoorlocatie in de vorm van een Donnerbüchse. Een uitgebreide toelichting op dit onderdeel staat beschreven in het ‘Voorstel kantoor NFLS’, welke enige tijd geleden aan de gemeente is toegezonden. Derhalve zal hierop verder geen toelichting worden gegeven. De landmark kan tevens als opstapplaats dienen t.b.v het spoorfietsen tussen Dokkum en Metslawier. Ook de realisatie van de landmark kan in fasen worden uitgevoerd.

 Figuur 4: Donnerbüchse Figuur 5: Spoorfietsen

 

Een deel van de spoorlijn in Dongeradeel gaat in eerste instantie twee plaatsen met elkaar verbinden. Daarmee wordt een belangrijke aanzet gegeven een unieke toeristische attractie op te zetten. Het spoorfietsen vindt, net als bij een treinverbinding, plaats op basis van een dienstregeling. s’Ochtends vertrekken de eerste ritten vanuit Dokkum richting Metslawier, om daarna in omgekeerde richting te vertrekken naar Dokkum. De fietsers hebben ongeveer twee uur de tijd om in de ene of de andere richting te fietsen. Aangekomen op de bestemming kan in de overgebleven tijd het dorp of de stad worden bezocht. Wie langer wil blijven kan ook een fiets later terug. Het spoorfietsbedrijf is noodzakelijk om de stichting voldoende financiële basis te geven om bedrijfszeker te kunnen werken.

EINDDOELSTELLINGEN (strategische planning en uitvoering)

Logischerwijs zal de aankleding van het tracé een aanvang nemen met de overwegen tussen Dokkum en Metslawier. De eerste overweg die opnieuw zal worden ingericht betreft de Stasjonswei in Metslawier. Daarna komen de andere overwegen aan bod. Dit proces zal enkele maanden in beslag nemen. Gedurende deze periode gaan de voorbereidingen rondom de aanleg van de landmark gewoon door. Hiertoe wordt met name de procedure rond de informatieverzoeken gerekend.

De kwaliteit van de landmark zal dermate hoog zijn dat ook zonder verdere realisatie van het spoorfietsproject deze haar functie kan bewijzen. Zodra de aanleg van het spoorfietstracé doorgang kan vinden is de landmark automatisch onderdeel van dat tracé. Ongeacht de voortgang van dit specifieke (deel)proces kan elders langs het tracé gewoon spoorwegmeubilair worden geplaatst, zoals bijvoorbeeld in Holwerd nabij het station, de stationsweg bij Hantum of de N361 nabij Anjum. Het gehele tracé in Dongeradeel kan zo stap voor stap tot ontwikkeling worden gebracht, zonder tijdsdruk.

Figuur 6: Het kaartje toont het gebied langs de rondweg noord in Dokkum. De bruine lijn betreft het spoor, de oranje objecten in het gele vlak links markeren het station en het gebied van het perron.

Tot de ontwikkeling van het spoorfietsplan en de landmark behoort ook de eventuele herbouw van het station van Dokkum. Hiervoor is ter plaatse voldoende ruimte. Het terrein rondom het station kan met eenvoudige aanpassingen geschikt worden gemaakt voor het spoorfietsen, maar ook voor eventuele andere activiteiten in het station. Momenteel vindt overleg plaats met diverse partijen om het station een meervoudige (economische) functie te geven op basis van een goed exploitatiemodel. Herbouw van dit station staat gepland te worden uitgevoerd zodra een verantwoorde exploitatie kan worden uitgevoerd en de financiële middelen daarvoor toereikend zijn. Er zijn ideeën genoeg, en kandidaten!

ESON-STAD EN TOERISTISCHE SPOORVERBINDING (doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen)

De geplande spoorverbinding tussen Eson-stad en Dokkum zal in drie fasen worden uitgevoerd, te weten; Dokkum – Metslawier (1ste fase), Eson-stad – Morra (2de fase) en de verbinding Morra en Metslawier (3de fase).  Fasering is nodig omdat aanleg in een keer op korte termijn te kostbaar wordt. Ook maatschappelijke acceptatie is een belangrijke factor in dit proces om rekening mee te houden.

Omdat heraanleg van het spoor tussen Dokkum en Metslawier technisch gezien het snelste valt te realiseren is bewust gekozen om hier te beginnen. Daarnaast is het kunnen exploiteren van tenminste een spoorfietsproject noodzakelijk om de NFLS voldoende bestaanszekerheid te bieden, en financiële armslag te bieden. Onderstaande foto’s tonen een deel van het gebied tussen Dokkum en Metslawier.

Figuur 6: deel van het trace Dokkum – Metslawier Figuur 7: spoortrace gezien richting metslawier

 

De tweede ontwikkelingsfase betreft de verbinding tussen Eson-stad en Morra. De keus om dit deel van het tracé aansluitend te ontwikkelen wordt o.a. ingegeven door de recente ontwikkelingen rondom de melkfabriek in Morra. Voor deze locatie is een plan ontwikkeld voor de bouw van een Waddenwellness Centrum. Hoewel deze verbinding geïsoleerd ligt van het spoorfietstracé Dokkum – Metslawier kan het onder omstandigheden een op zich zelfstaande functie vervullen in dit project.

De derde fase is simpelweg het sluitstuk tussen de beide andere tracédelen, waarmee een spoorverbinding  tussen Dokkum en Eson-stad een feit kan worden. Aanleg van spoor tussen Dokkum en Holwerd is niet voorzien, al hebben zich wel enkele ondernemers gemeld dit te onderzoeken. Het zal duidelijk zijn dat een spoorverbinding tussen Holwerd en Oostmahorn ongekende mogelijkheden kan bieden aan tal van andere initiatieven, zoals Holwerd aan Zee, het Waddenbelevingcentrum enz.

TOERISME EN ECONOMISCHE SPIN-OFF (facilitering met inzet spoortracé)

De NFLS beperkt zich tot de facilitering van het spoortrace zelf. Vanuit die positie kan de stichting het beste anticiperen op initiatieven van lokale ondernemers, en is haar rol voornamelijk een van adviseur en begeleiding. Zo een ondernemer een activiteit willen oppakken, bijvoorbeeld de doorontwikkeling van een electrische spoorfiets, kan zo’n partij een beroep op haar doen. Er is bewust voor deze constructie gekozen omdat daarmee een maximaal rendement door economische spin-off kan worden behaald en onnodige risico’s voor de stichting beter kunnen worden vermeden.

Om de aanlegkosten van het tracé te beperken zal de stichting waar mogelijk gebruik maken van bijvoorbeeld leer- en werkervaringtrajecten, sociale werkvoorziening of het nieuwe WMO-loket. De NFLS heeft daartoe principe afspraken gemaakt met o.a ROC-Friese poort, Stenden, Talant en diverse andere organisaties, waardoor de kosten voor aanleg van de landmark en het overige deel van het tracé met ruim 40% kan worden beperkt.

FINANCIERING (landmark, spoorlijn en station)

Als onderdeel van het financieringsmodel heeft in november 2013 een gesprek plaats gevonden met gedeputeerde Kramer en een beleidsambtenaar van de provincie. In dit gesprek heeft Kramer (de provincie) aangegeven zich financieel sterk te willen maken voor het project.

Grondgedachte van het financieringsmodel is dat de provincie 1/3 voor haar rekening neemt. De betrokken gemeenten uit het ANNO verband wordt eveneens gevraagd voor 1/3 te participeren. Het resterende 1/3 deel van de financiering komt ten laste van de NFLS, waarbij uitgegaan wordt van een revolverend karakter in het business model. Waar mogelijk zal een beroep worden gedaan op bijvoorbeeld het Waddenfonds, ‘Plattelandsprojecten en/of het NUONfonds. De stichting draagt zorg en verantwoording om het proces rond de financiering goed en vakkundig te begeleiden. De uiteindelijke financiele verantwoording wordt afgelegd in het business plan van de stichting.

De ontwikkeling van het spoorfietstracé in Dongeradeel is begroot op een maximaal totaal bedrag van € 1.700.000,= In dit bedrag zijn alle kosten meegerekend zoals de herbouw van het station, het terugplaatsen van de brug over de jaerlasloot, de aanleg van de landmark met de wagon, de aanschaf van spoorfietsen en de gemechaniseerde aanleg van het spoor door een professionele spoorweg bouwer. De financiële ondergrens voor de bouwkosten van het project is moeilijker vast te leggen omdat de opbouw van deze kosten bestaat uit heel veel kleine bedragen. Dit is o.a. het gevolg doordat in dit scenario gebruik gemaakt wordt van leer- en werkervaring trajecten en sociale werkgelegenheid. Als financiele ondergrens dient ten minste een bedrag van € 850.000,= gereserveerd te worden.

Het bedrijfsmodel van de spoorfietsen is er op gericht om de financiering van het project terug te betalen. De looptijd van dit traject gaat uit van een periode van 5 tot 8 jaar. E.e.a is afhankelijk van bancaire rentetarieven en afspraken met fondsen. De amortizeringstijd van het project is 20 jaar. Om kosten en risico’s te spreiden zal in eerste instantie alleen het spoor worden aangelegd, zodat direct begonnen kan worden met de exploitatie van de spoorfietsen. Een aantal onderdelen van het project, zoals de herbouw van het station, kunnen zodoende in een later stadium ook worden gerealiseerd.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Zo zou de aanleg van de landmark, in combinatie met de bouw van het station kunnen aanvangen, nog voordat het spoorfietsproject definitief op de rails staat. Er dient in dat geval natuurlijk wel voldoende economisch perspectief te zijn om een gezonde bedrijfsvoering te kunnen voeren op het pand. Ook kleinere deelprojecten zoals de wagon worden vanuit een zelfde bedrijfsvoering benaderd en ondersteund met een sluitend economisch model.

Een belangrijk deel van de heraanleg (de feitelijke railinfra) is gebaseerd op offertes van internationale railinfraondernemingen en Nederlandse spoorwegbouw bedrijven. Bij de bouw van het tracé zal tevens gebruik gemaakt worden van gerecyclede spoorwegmaterialen. Een deel van het spoor meubilair zal in eigen beheer worden vervaardigd bij bedrijven in de regio. Dit is o.a. het geval bij de productie van andreaskruisen en hekjes maar kan worden uitgebreid met de bouw van spoorfietsen en de aanleg van enkele spoorbruggen.

Dokkum, 14 januari 2014

 

2014 Copyright by GRA-CV, Hilversum